Paul Evers kreeg een levensbedreigend ongeluk.

Het was Carnaval 2012 toen ik werd aangereden door een vrachtwagen. Ik had de hele dag op de carnavalswagen gestaan en was daarna op een feestje beland. Na het feestje besloot ik via de snelste route naar huis te lopen. Ik stak hierbij de N65 over en daar ging het mis. Ik werd aangereden door een vrachtwagen en in het ziekenhuis constateerde ze dat mijn linkerarm en been waren verbrijzeld. Daarnaast had ik een hersenkneuzing, een klaplong en een schedelbasisfractuur. Ik lag 5 weken op de IC, 2 maanden op de verpleegafdeling in het ziekenhuis en daarna moest ik revalideren in een revalidatiekliniek. In december 2012 was ik uitbehandeld in de kliniek.

Ik wist van de vrachtwagenchauffeur wel dat er een vrouw mij had geholpen. Maar voor de rest hadden we niks over een andere hulpverlener gehoord. Precies één jaar na het ongeval kwam mijn vader er per toeval achter via de getuigenverklaringen in het verzekeringsdossier. Daar stond een naam en adres van de hulpverlener in. We zijn dezelfde dag nog met een bloemetje en doosje bonbons langs gegaan. Ik wilde hem graag laten zien dat het goed met me ging en dat ik het had overleefd. Het ontmoeten van mijn hulpverlener bracht me een soort voldoening, want hij had zich ook elke dag afgevraagd hoe het met mij ging. Met het vinden van mijn hulpverlener vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. Door de komst van Hart4ALL hoeven slachtoffers niet meer te zoeken naar hun hulpverleners.”